Duisternis valt niet te bevechten

-24 februari 2020-
 
Ten tijde van de duisternis die over Sirius viel, gingen velen de weg naar binnen.
Zowel individueel alsook collectief.
Ze zaten heel lang vast in de polariteit en voelden zich machteloos en wanhopig omdat ze dachten dat de duisternis terrein aan het winnen was. Maar door de eerdere gebeurtenissen vanuit het Orion stelsel, wisten ze de neiging om de duisternis te bevechten te onderdukken.
Dat was erg moeilijk.
 
Tijdens dit innerlijk werk leerden ze langzaam om het ‘middelpunt’ te vinden, waarbij ze de duisternis toelieten zonder het te willen veranderen of te vernietigen. Ze leerden om op de wijsheid van het universum te vertrouwen. Ze wisten hierdoor hun vermogen tot ‘geduld hebben’ nog verder te ontwikkelen.
 
Ondanks dat ze hadden geleerd om de verleiding te weerstaan om te willen ‘strijden’ voor het licht, haatten ze de duisternis binnenin zichzelf nog steeds.
Haat is als een zuur; het verbrandt je. Ze dienden daarom nóg dieper in het gevoel van haat jegens de duisternis te gaan.
 
En daar ontdekten ze dat élk fysiek wezen een verlangen draagt naar duisternis.
Het is het verlangen naar erkenning en macht.  Ze troffen het diep in zichzelf aan.
Ze gingen er bij zitten, zonder veroordeling of afwijzing. Ze stonden toe dat het betaansrecht had zónder dat het macht en erkenning nodig had.
 
Hierdoor begaven ze zich richting een paradox: Als ze in staat waren om naar hun schaduw te kijken, moesten ze als vanzelf ook het licht kunnen waarnemen die deze schaduw veroorzaakte…
 
Ze ontdekten dat er óók een verlangen naar licht is.
En toen ze goed keken, zagen ze dat ze dit ‘verlangen naar het licht’ als een deken wilden hanteren die ze zou beschermen tegen de duisternis.
Ze beseften zich dat als ze het licht op die manier zouden inzetten, ze de nooit-eindigende-cyclus van polariteit zouden versterken.
 
Ze voelden dat ze bang waren voor het licht -zoals elk fysiek wezen doet- dat te maken heeft met de angst om de eigen Goddelijke Bron waar te nemen.
En zoals ze eerder hadden gedaan met de duisternis in zichzelf,  zo ook werd de angst voor het licht omarmd.
 
Toen ze in staat waren om de archetypische relatie met de duisternis en het licht wérkelijk te voelen én te omarmen, bleken ze in staat om zich één te voelen met het Universum.
En daarmee waren ze aangekomen op een plek van paradox binnenin hun bewustzijn.
 
Deze plek begeeft zich op een dunne lijn, omdat zowel de verlangens alsook de angsten gezien dienden te worden -en bij ze aanwezig te willen zijn- en daarbij niet door hun intensiteit meegesleurd te worden.
 
Op dat punt van meesterschap aangekomen, door veel innerlijk werk te verrichten, stopten ze met het verlangen naar de duisternis die had gediend om een gat van binnen te vullen.
Ze lieten het verlangen naar erkenning los.
Ze lieten de angst voor hun eigen licht los.
Ze lieten het verlangen los om het licht als ‘beschermer’ tegen de duisternis te gebruiken.
 
Ze begaven zich op het middenpunt van de paradox.
Dit was het moment dat ze ontwaakten en vrij werden.

De tijd van integratie

-18 februari 2020-
 
Sinds duizenden jaren is de tijd nu rijp waarin de spirituele kennis afkomstig uit het Sirius stelsel met ons gedeeld kan worden. Hun beschaving heeft er lang overgedaan om de ‘balancepoint’ te vinden om zichzelf uit de duisternis te brengen. En ze willen hun ervaring graag met ons delen.
 
Elk fysiek wezen heeft een schaduw- en een lichtzijde. In een gepolariseerde realiteit zoals de onze, bewegen we ons hierin: Soms voelen we angst voor de duisternis en duwen dit in onszelf weg, maar soms verlangen we hier ook naar omdat ons egostructuur het gevoel van controle wil hebben.
Ons ego wil erkenning en ze gebruikt hier de energie van de schaduwkant hiervoor.
 
Fysieke wezens verlangen eveneens naar het licht, maar dan op een gepolariseerde manier: We verlangden tot nu toe naar het licht als een manier om de duisternis in onszelf te verstoppen.
We begrepen nog niet goed wat ‘licht’ werkelijk is: Het bevat namelijk beide aspecten.
Tot nu toe hebben we op aarde de schaduw- en lichtzijde vanuit een gepolariseerd perspectief waargenomen.
 
De gigantische transformatie die we nu op aarde doormaken is volstrekt nieuw in onze kosmische ontwikkeling; we zijn gaan verlangen naar het geïntegreerde licht, die de schaduw- én de lichtzijde behelst, als een manier om onze verbinding met de Bron te hervinden.
In het verwelkomen van beide kanten -op een geïntegreerde manier- kan je contact maken met jouw eigen Bron. Als je besluit om dit innerlijk werk te gaan doen, open je jezelf om jouw eigen prachtige spiegelbeeld te zien waar donker en licht allebei vertegenwoordigd zijn.
 
De oude beschaving van Sirius werd flink uitgedaagd in dit transformerende proces. Hun cultuur ervaarde een sterke verdeling tussen donker en licht.
De donkere zijde leek ogenschijnlijk veel sterker.
Maar ze kenden óók de loodzware gebeurtenissen die Orion’s geschiedenis heeft gekend  en wisten daardoor dat het ‘bevechten’ van deze energieën zouden zorgen voor een versterking van deze donkere zijde.
Ze herkenden de kosmische cycli en erkenden dat er tijden zijn waarin afgescheidenheid hoogtij viert. En dat evolutie niet geforceerd kan worden. Er werd daarom gewacht op de juiste timing….
 
Men kan er dan voor kiezen om met spanning en ongeduld af te wachten, maar dat levert lijden op.  Dus de enige keuze die ze hadden was met vertrouwen en geduld te wachten terwijl de donkere energie in kracht toenam in hun cultuur.
En ondertussen plantten ze kleine zaadjes, die ze af en toe konden bewateren om vervolgens weer een stap achteruit te moeten doen. Tot de tijd rijp was….
 
Planeet Aarde heeft een vergelijkbare evolutie gekend en wij zijn inmiddels aangekomen op het punt waarop de plantjes niet meer in het geheim hoeven te worden bewaterd, omdat anders de duisternis ze zal vernietigen. We kunnen onze plantjes openlijk water geven. En hierdoor kunnen we steeds meer te weten komen over de échte kosmische geschiedenis die ons tot dit punt heeft gebracht. Én meer te weten te komen over de toekomst die in het verschiet ligt.

Wat een feest!

 
-13 oktober 2019-
Wat een feest om te ontvangen te worden door zoveel zielen die ik tijdens mijn tijd op aarde zal ontmoeten!
En wat een blijdschap toonden zij toen ik besloot om de stap richting een ‘aards leven’ te maken….. 
 
Het was voorafgaand geen gemakkelijke weg geweest; het leek op een parcours waarin je in een rodelbaanbakje zit en allerlei hobbels en bobbels overging die van te voren wel erg steil oogden. Met op het einde van het parcours een open tunnel (dus geen wanden) die onder water door ging….en die voelde wel heel erg eng.  Ik twijfelde of ik hier doorheen wilde gaan.  En ik zag dat ik niet de enige was die haperde….
 
Er waren daar twee opties: Een open tunnel én een tunnel met wanden, die beiden compleet gevuld waren met water. Ik diende sowieso zelf mijn ogen en mond dicht te houden en door de weerstand van het water heen zien te komen. Bij de open tunnel zou ik minder ‘afgesloten’ zijn, maar ook meer de paradox van deze bizarre tunnel ervaren: Want waarom jezelf door een open constructie heen wurmen, terwijl je je in hetzelfde water bevond?
 
De met wanden beklede tunnel voelde nog enger…dan zou ik dus helemaal niet meer in contact staan met het water om mij heen? Dan zou het water in de tunnel voelen als ‘de enige beleving van waarheid’….. dat was wel een heel klein volume.  
Ik koos daarom voor de open tunnel en na veel geploeter waarin ik mijn logge lijf probeerde door een hele kleine opening te krijgen, was daar opeens een blijde, onverwachte wending: Er bleek een gigantische man in de tunnel aanwezig die op een of andere manier in die kleine ruimte paste en iedereen een flinke zet gaf. Ik hoefde dus helemaal niet alleen en op eigen kracht hier doorheen!
 
En toen ik onderaan eruit ‘floepte’ stond ik in een kamer waarin een luid gejuich en applaus klonk. Ik zag blijde gezichten; ik herkende mijn hartsvriendin tijdens mijn lagere school, mijn collega op mijn huidige werk. Toen ik om me heen keek zag ik mensen die ik alreeds heb ontmoet in mijn leven en (nog) onbekende gezichten door elkaar heen staan. En allemaal waren ze extatisch over mijn aankomst. Over onze gezamenlijke en gedeelde keuze om dit avontuur met elkaar aan te gaan.
En dat we elkaar gaan ontmoeten op de reis die ‘leven op aarde’ heet.
 
Wat een feest om te weten dat we dat -als een stel blije kinderen- met elkaar hebben besloten te doen! Dankjulliewel.
Back to Top